Algemene richtlijnen voor de bereiding van vlees
Aanbraden

Aanbraden is het snel dichtschroeien van vlees.
Hiermee bereik je dat de vleessappen opgesloten blijven, wat het vlees sappig houdt.
Prik dus ook nooit met een vork in het braadvlees; de sappen gaan alsnog verloren. Keer het vlees liever met een lepel.
Moet er toch geprikt worden, zoals bij rollade om te kijken of hij gaar is, hou dan het gaatje zo klein mogelijk en laat hem daarna weer snel dichtschroeien.
Vleesvorken zijn bedoeld om vlees aan te snijden; leg de tanden dan op het vlees.
Alle soorten bakvet kan je gebruiken, maar het moet wel flink heet zijn.
Boter en margarine hebben de juiste temperatuur als het schuim voor de helft weg is.
Bij olie moet er een witte damp uit de pan opstijgen.
Wordt tijdens het bakken het braadprodukt te bruin, voeg dan nog iets extra toe om verbranden te voorkomen.
Bakken

Bakken doe je in een koekenpan met dunne bodem op een hoog vuur.
Het vlees moet ook steeds gekeerd worden. Beweeg het vlees ook over de bodem, het zal dan niet vastkleven.
Het vuur kan getemperd worden als het vlees mooi bruin is.
Vetrandjes snij je pas na het bakken weg.
Voor het bakken moet je ze wel even inkepen, dan krult het vlees minder.
Braden

Hét verschil met bakken is de tijdsduur voor het vlees gaar is.
Je schroeit het vlees op een hoog vuur dicht om het op een laag vuur gaar te laten worden.
Leg tijdens het braden altijd het deksel schuin op de pan; hierdoor kan het vocht uit de pan ontsnappen.
Braden in de oven

Vlees in de oven moet regelmatig met het bakvet overgoten worden om verbranding te voorkomen.
Een plakje spekvet over het vlees geeft hetzelfde resultaat.
Een richtlijn voor de oventemperatuur is niet te geven.
Varkensvlees kan al bij 80 C worden gebraden, andere vleessoorten bij 150 tot 200 C°.
Stoven en smoren

Stoven en smoren, wie doet het nog?
Toch zijn er de lekkerste gerechten mee te maken.
Stoven of smoren; vlees gaar maken in een afgesloten pan of ovenslede, met een mengsel van groente en kruiden.
Braad het vlees wel eerst aan.
Om het vlees extra zacht te maken kan je aan de stoofpot wat geurige vloeistof toevoegen (houd dit tegen de kook aan), bijvoorbeeld bouillon, bier, wijn en dergelijke. Hoe langer je het laat pruttelen, hoe malser het vlees.
Er is een klein verschil tussen smoren en stoven; bij stoven voegen we braadprodukt én vocht toe, bij smoren wordt
geen extra vocht toegevoegd. Bij smoren wordt het vlees ook niet voorgebraden.
Grilleren

Vlees roosteren door een sterk stralende warmte noemen we grilleren.
Dat kan zijn door middel van een barbecue, elektrische grill, houtskoolvuur enzovoort.
Er hoeft hierbij geen braadprodukt gebruikt te worden. Het vlees pas achteraf bestrooien met zout.
De hittebron moet goed heet zijn; zet de oven of barbecue bijtijds aan.
Leg nooit vlees op de barbecue zolang je nog vlammen ziet.
Als de kooltjes gloeien, er ligt een grijs laagje op, dan is de temperatuur goed.
Een ovendeur moet altijd op een kiertje staan, dan wordt het vlees lekker krokant.